De tent

Komaan we trekken er op uit de wijde wereld in De zon schijnt door de voorruit; we hebben ’t reuze naar ons zin De landkaart uitgevouwen; er is nog geen Tom-Tom Een heuse tent ligt achterin incluis menig haring Kamperen is een groot plezier; je bent in de natuur Je ruikt de vogels, ziet een bloem een plezier van lange duur Bij Charleroi gaan we linksaf, de weg richting Auxerre De dag is jong, het weer is mooi en Auxerre is nog heel ver Daar stuiten we op een felgeel bord met ‘déviation’ Opgetogen gaan we derwaarts; het is een dagje met een ster Kamperen is een groot plezier; je bent in de natuur Je ruikt de vogels, ziet een bloem een plezier van lange duur Tien stoplichten in een kleine stad, die Fransen zijn zo leuk met stokbrood onder de arm- rechtsaf bij gindse beuk!!! Daar stuiten we op een felgeel bord met ‘déviation’ Het gaat niet om de snelheid; het gaat meer over de reuk Kamperen is een groot plezier; je bent in de natuur Je ruikt de vogels, ziet een bloem een plezier van lange duur Het is nu 17.30U en de bestemming komt dichtbij Een frisse camping bij Auxerre; wat zijn we heden blij! Daar stuiten we op een felgeel bord met ‘déviation’ Ach, tegenslag dat deert ons niet; we strijden zij aan zij Kamperen is een groot plezier; je bent in de natuur Je ruikt de vogels, ziet een bloem een plezier van lange duur Het zwerk verkleurt naar dreigend grijs; er komt een dikke bui De temperatuur is flink gedaald dus snel een dikke trui De camping in zicht om 19.00U maar een bord zegt ons ‘fermé’ Snel verder naar een volgend dorp; we zijn beslist niet lui Kamperen is een groot plezier, je bent in de natuur Je ruikt de vogels, ziet een bloem een plezier van lange duur Daar treffen we tot ons groot geluk een camping très rural Het regent pijpenstelen en het terrein ligt in een dal We vinden een verhoogde plek; ervaren als we zijn en wachtend op het einde van de bui drinken we een rode wijn Bij enig minder nat moment nu fluks de tent opgezet We zijn tot op de huid toe nat maar dat drukt niet de pret Het eten ligt diep achterin, waar zou die tas toch zijn Wachtend op het einde van de bui drinken we een rode wijn De duisternis is ingetreden, dus gaan we maar naar bed Maar niet nadat de scheerlijnen met grote zorg zijn vastgezet Het natte gras ruikt heerlijk, nee ons krijgen ze niet klein En veilig in ons klamme bed drinken we nog een rode wijn Kees Tas (Saux, 27-05-2008)

Reageer