Farah Diba, de sjerp en de knip

En dat zijn nog niet eens de ergste. Ik bedoel de irritaties die ik in NieuwNAT 5 beschrijf in de ‘Toeristische rondleiding langs tien Aalsmeerse ergernissen’. Dat zijn ergernissen die een toerist meteen herkent.

Maar de ergste is erger. Die is niet in één keer te bevatten voor een toerist. Die is slopend, vreet aan je, brengt je keer op keer geestelijk aan de rand van de afgrond. Die dwingt je tot burgerlijke ongehoorzaamheid, tot het zoeken van slinkse omwegen, tot het bedenken van creatieve strategieën. Die leidt, op een haar na, tot herbezinning op je eigen bestaan.

Knap van zo’n ergernis. Ja, en dat maakt het allemaal nog vreselijker. Ik heb het, u raadt het al, over het oversteken van de provinciale weg op de kruispunten Ophelialaan en Mensinglaan.

Ik heb nog de tijd meegemaakt (ik woonde aan de Dorpsstraat en speelde bij vriendjes aan de overkant van de weg) dat de provinciale weg verkeerslichtvrij was. Je stak over wanneer het je beliefde – auto’s waren op de vingers van één hand te tellen. Wanneer de Sjah van Perzië met zijn beeldschone Farah Diba in een glimmende wagen langstufte, stonden we op de vluchtheuvel in het midden van de weg met oranje sjerp om en de Hollandse driekleur in de hand te zwaaien – die tijd dus.

Waar kon je je toen aan ergeren? Een kwekerij (Fa. H. Piet en Zn) was gewoon een kwekerij, het woord braderie moest nog uitgevonden worden, homo’s bestonden niet, je wereldwijde websites waren je twee lokale bladen en voorstellen voor vrijliggende fietspaden zouden in de gemeenteraad louter hilariteit oproepen.

Ik woon nu elders aan de dorpzijde van de N201 en ga graag naar mijn bakker in Plan Zuid. Lekker vers brood. Maar daar moet je wat voor overhebben… En ik heb het niet over de broodprijs.

Wat wil het geval? Sinds een jaar hanteert de N201 een strikt ontmoedigingsbeleid voor overstekers. Voorheen kwam je er als oversteker redelijk genadig af, al was je als fietser of voetganger in het nadeel ten opzichte van de automobilist. Maar het huidige regime slaat alles: het verkeer op de provinciale weg heeft altijd voorrang. Het stoplicht voor N201’ers springt pas op oranje als er in Mijdrecht of Heemstede geen auto meer wordt gesignaleerd die ongestoord Aalsmeer door wil.

Als brave oversteker moet je twee, drie, soms vier of vijf minuten wachten. Eén rijstrook is vaak compleet autovrij, maar heel in de verte, uit de andere richting, komt nog een auto aan die een vrijgeleide wil. De groene zone voor N201’ers blijft en blijft en blijft. Ik word rood, krijg vlekken in mijn nek. Ik ontplof.

Wie bel ik om in te grijpen? Het is een provinciale weg, dus de provincie gaat erover. Toch? Telefoontje naar commissaris van de koningin Borghouts, de provinciebaas? Wie moet ik anders bellen? De gemeente? En wie daar? De klachtenlijn? Wethouder Fransen? Een ambtenaar die met me meevoelt, maar er ook niks aan kan doen? Of gaat de politie erover?

Het stoplicht springt op groen. Ik ben allang over… Heb zelfs mijn verse tropische broodje al achter de kiezen.

Maar ik ben er uit! De oplossing is zo simpel: vandaag nog de knip in de N201 aanbrengen. En aan Farah Diba vragen om de officiële openingsplichtplegingen te verrichten. Ik sta klaar, met sjerp en vlaggetje.

 farahdiba

 Han Carpay, 13 juli 2009.

Reageer